Beschrijving

KNRM reddingboot     

"Jeanine Parqui"   

redding  station Hoek van Holland

In de ruim tien jaar dat de Redding Maatschappij ervaring heeft opgedaan met de grotere RIB’s, is van tijd tot tijd gebleken dat de actieradius van de Kapiteins Hazewinkel te beperkt is (zes uur, volle kracht). Teneinde de brandstofvoorraad te doen toenemen, moest er een grotere variant van de Kapiteins Hazewinkel worden gebouwd. De Jeanine Parqui heeft een totale tankinhoud van 6100 liter, wat de boot een actieradius geeft van zestien uur, volle kracht. De brandstof is verdeeld over vier tanks. Een aparte dagtank (144 liter) bevindt zich in de berging, voor de machinekamers.

Proefvaart 31 december 2005. Foto aanklikbaar te vergroten. te gebruiken met naam vermelding Ron Zegers KNRM Hoek van Holland

 

 

Gewicht: 28 ton
Afmetingen: 18,80 x 6,10 m
Motorvermogen: 2 x 1000 pk (735 kW)
Max. snelheid: 35 knopen
Capaciteit: 120 geredden
Bemanning: 6 personen

 

Indeling:


De Jeanine Parqui heeft zes waterdichte compartimenten:
- de voorpiek, opbergruimte voor anker(tros), touwwerk en losse inventaris;een bergruimte, opbergruimte voor brancards en losse inventaris, plaats voor de dagtank (144 liter);


- twee machinekamers, met elk een MAN S2842 LE408 dieselmotor (735kW/1000 pk bij 2100 rpm.);


- de jetruimte, met twee waterjets, type Hamilton 521 B;
- het stuurhuis, met saddleseats voor zes bemanningsleden,

 twee gereddenbanken en twee ophangplaatsen voor brancards.

De romp is vervaardigd uit aluminium profielen (AlMgSi1 (6082T6) en -platen (AlMg4,5Mn (5083-0 / H111) van diverse diktes. De bodembeplating is 8,10 en 12 mm dik, de spiegelbeplating 6 en 10 mm. 

Tube:

 

Om de Jeanine Parqui  extra drijfvermogen en stabiliteit te geven, is rondom de aluminium romp een tube (merk Float) bevestigd, met een diameter van 1000 mm, naar voren toe verjongd tot 900 mm. De tube is opgebouwd uit een buitentube en een achttal binnentubes. De buitentube bestaat uit 2x4 centimeter gesloten-cellenschuim en een buitenrand, die is opgevuld met lucht. De gesloten cellen zorgen ervoor dat bij een lek alleen de lek gestoten cellen vol lopen met water, en niet de hele tube. De binnentubes hebben dezelfde functie. Wanneer één binnentube lek raakt, behoudt de tube zijn vorm en functie.
Op het achterdek wordt de tube onderbroken door een zogenaamd drenkelingenplatform. Met dit platform worden (onderkoelde) drenkelingen aan boord genomen. De kantelklep, zoals het drenkelingenplatform ook wel wordt genoemd, werkt hydraulisch en wordt bediend met een schakelaar op het achterdek.

 

Stuurhuis
Bij de Jeanine Parqui is het stuurhuis de enige leefruimte voor de bemanning en de geredden (de machinekamers zijn wel -vanuit het stuurhuis- te bereiken, maar worden onder normale omstandigheden niet bemand). Voor de geredden zijn er in het stuurhuis twee zit/ligbanken (2000 mm) gesitueerd, met daarbij beugels voor de bevestiging van brancards.

 

De zeskoppige bemanning zit op een verhoogd gedeelte, op saddleseats. In de eerste grote rigid inflatable in Nederland, de Koningin Beatrix, zaten nog stoelen, maar voor de overige schepen koos de Redding Maatschappij voor seats.

De seats hebben als voordeel dat de bemanning niet zit, maar eigenlijk staat, rondom een bok, waardoor de klappen die het schip maakt niet alleen door de onderrug (wat het geval is bij stoelen), maar ook door de enkels, de knieën en de heupen worden opgevangen. De seats zijn licht verend om de ergste klappen op te vangen. De bemanning zit in veiligheidsgordels en draagt speciale kleding

 

Interne Communicatie
Door een headset zijn de bemanningsleden in staat met elkaar te communiceren. 
Elk bemanningslid hoort door zijn headset tevens alle binnenkomende berichten. Een audioscanner geeft door middel van lampjes in het dashboard aan via welke apparatuur (marifoon, mobilofoon, GSM telefoon, etc.) het gehoorde bericht binnenkomt. Het intercomsysteem heeft extra aansluitingen bij de gereddenbanken (voor communicatie met arts en patiënt), in de machinekamers en in de bergruimte. De bemanning kan in deze ruimtes inpluggen op het systeem. Op het voor- en achterdek en op de ‘flying bridge, de open stuurstand op het dak van het stuurhuis, werkt een tweede intercomsysteem. Deze is draadloos. De arts en de patiënt hebben ook een subsysteem voor onderlinge communicatie.

 

Navigatie en Communicatie


Aan navigatie- en communicatiemidddelen beschikt de Jeanine Parqui over de volgende apparatuur:

- radar, Furuno FR 8051;
- VHF DSC, Sailor RM 2042;
- 2x VHF, Sailor 2048;
- 27 MC set;
- 2x digitale dieptemeter;
- dieptemeter, Furuno FCV 612;
- MF set, Furuno FS 1562;
- GPS, Furuno GP 80;
- DGPS, Philips PBR 1000
- PA systeem AF 12 Mk2 Hapé;
- MF DSC, Furuno DSC 6A;

- Sart, Jotron, Tron Sart;
- Navtex, Furuno NX 500;
- GSM telefoon;

- PC Navigis, Getac 50XX, I 5057 (plotter, digitale zeekaart);

- mobilofoon/RB set, Motorola GM 950;

- Peiler, Tayo TD-L 1620 (121.5 en 121.65 MHz)

- Luchtvaart transceiver, Jotron TR 6102;
- Elektronisch kompas Radio Zeeland, type RZ 209;

- vloeistof kompas (op flying bridge).

- Epirb, Jotron Tron 40 S;

 

Dashboard

 

De meeste apparatuur is verwerkt in een met skai bekleed dashboard van aluminium en is zo bevestigd dat het ook onder de zwaarste weersomstandigheden kan blijven functioneren. In het dashboard zijn  twee panelen geplaatst; één aan bakboord- en één aan stuurboordzijde. De panelen zijn van aluminium en hebben een dicht front. Aan bakboord zitten de schakelaars voor de kantelklep (aan en uit), bilgepompen, navigatieverlichting, sleeplichten, loopdekverlichting, ventilatie, raamverwarming en navigatie-controleverlichting. Aan stuurboord bevindt zich (de bediening van) de elektronica, ruitenwissers, luchthoorn, scheepsalarmsysteem, brandalarmsysteem, elektrisch bediende zoeklichten, handzoeklichten, hydraulieksysteem, temperatuurmeter uitlaatgas, kantelstopsysteem hoofdmotoren, tankbemeting, brandstofpompensysteem, magnetron, intercomsysteen en verwarming buitenspiegels. 

Ramen

Het stuurhuis heeft rondom twintig ramen, van diverse afmetingen. De drie grote frontramen hebben aluminium geanodiseerde ZWK 800 profielen, voorzien van gehard, helder, gelaagd, verwarmd glas, waarvan 15mm buitenruit, 1,52 mm tussenfolie met verwarming (24V - 6W per dm2) en 6 mm binnenruit. De frontramen zijn verwarmd om ook ‘s winters bij een alarm direct uit te kunnen varen.
De zijramen zijn van dubbel lexaan. Dit in verband met brekers en uitstekende delen van een in nood verkerend schip, waarbij de reddingboot langszij moet. De achterste zijramen zijn lager dan de voorramen om de schipper in staat te stellen bij het langszij gaan goed zicht te hebben op het ‘raakpunt’ van zijn achterschip.

 

Flying Bridge

Is het zicht door omstandigheden toch onvoldoende, dan kan de schipper gebruik maken van de flying bridge. Van daaruit heeft hij een volledig overzicht over voor- en achterdek.
Het fenomeen ‘flying bridge’ stamt uit de jaren ’70. De Redding Maatschappij had toen ruim tien jaar ervaring met reddingboten met een gesloten stuurhuis (de Carlot, bouwjaar 1960, station Terschelling, was de eerste). De generaties daarvoor (Prins Hendrik, Dorus Rijkers, Brandaris, etc) hadden een open stuurstand. Hierdoor stond de bemanning bloot aan de elementen, maar had tevens een optimaal (over)zicht. Het gesloten stuurhuis van de Carlot, en de later gebouwde reddingboten, maakte het varen iets gerieflijker, maar de schippers klaagden over het soms slechte zicht en de beperkte communicatiemogelijkheden met de bemanning aan dek. Om dat op te lossen -het laatste argument is door het draadloze intercomsysteem van de Arie Visser achterhaald- werden de reddingboten van het type Carlot verbouwd. Het gesloten stuurhuis bleef, maar de flying bridge gaf de schipper tevens de mogelijkheid vanuit een open stuurstand te opereren. De flying bridge op de rigid inflatables wordt met name gebruikt bij het werken met het drenkelingenplatform.  De flying bridge van de Jeanine Parqui is uitgerust met een stuurwiel, gashendels, bucketbediening  en een vloeistof kompas.   

Zelfrichtend

De brede tube geeft de Jeanine Parqui extra stabiliteit. Toch kan het zijn dat de reddingboot onder extreme weersomstandigheden kapseist. Het zelfrichtend vermogen van de boot zorgt ervoor dat de reddingboot in zo’n geval weer overeind komt. De oude, conventionele reddingboten van het type Carlot waren ‘actief zelfrichtend’, dankzij een grote watertank, aan stuurboord onderdek. Deze zogenaamde kieptank liep vol water zodra de vulpijpen aan dek onder water kwamen. Het gewicht van de volgelopen tank gaf de boot in omgekeerde toestand een helling. De verzwaarde kiel en de luchtbel in het stuurhuis deden de boot vervolgens weer overeind komen.

De Jeanine Parqui is zelfrichtend door het volume van haar stuurhuis. Bij kapseizen vormt zich een grote luchtbel onder en een relatief overgewicht (motoren) boven de waterspiegel. Deze twee factoren zullen de boot ‘als vanzelf’ weer rechtop zetten. Dit systeem werkt alleen bij een afgesloten stuurhuis.
Bij een slagzij van meer dan 90 graden zorgt de combinatie van een kwikschakelaar en een motorstopschakelaar ervoor dat de motoren automatisch afslaan. Eenmaal weer rechtop, kunnen de motoren direct weer worden gestart.

Brandblusinstallatie

De brandblusinstallatie voor de machinekamers bestaat uit twee handbediende bluscilinders (één voor elke machinekamer), met elk een inhoud van 20 kilogram blusgas (FM-200). De bediening van de blusgascontainers gebeurt in de bergruimte. De blusstof ontlaadt via een flexibele hoge-drukslang, die is gekoppeld aan een RVS-leidingsysteem. In de machinekamer wordt de leiding voorzien van twee nozzles per machinekamer. De nozzles worden zo hoog mogelijk bevestigd en worden in hoofdzaak op de motoren gericht.
De Arie Visser beschikt tevens over een pre-wettingsysteem, om de opbouw en de tube nat te houden bij het langszij gaan van een brandend schip. Het systeem heeft rondom het schip twintig nozzles. Het pre-wettingsysteem kan indien nodig worden vervangen door een deflector, die het schip van voren in een deken van water hult. Desgewenst kan aan het bluswater schuim worden toegevoegd.
In het stuurhuis, de bergruimte en de machinekamers hangen in totaal zes portable sproeischuim- en poederblussers. De reddingboot heeft een eigen portable brandbluspomp (Honda).

Inventaris

Reddingboten als de Jeanine Parqui moeten onder alle denkbare weersomstandigheden blijven functioneren en worden voor zeer uiteenlopende taken ingezet: het redden van in nood verkerende scheepsbemanningen, het binnenbrengen van in nood verkerende vaartuigen, het aan land brengen van gewonden, het assisteren bij bergings- en brandblusactiviteiten, het vervoeren van stoffelijke overschotten, etc. Vandaar ook dat reddingboten beschikken over een breed assortiment aan inventaris.

Een selectie uit de inventarislijst van de Jeanine Parqui:

set parachutefakkels (8 witte en 2 rode),

2 lijkzakken, 5 paar rubber handschoenen,

2 onderkoelingsbrancards,

Trelleborg brancard,

handkompas,

bergingspomp,

5 drenkelingenvesten,

3 overlevingspakken (voor geredden),

rescueramp (soort ‘glijbaan’ om drenkelingen mee aan boord te nemen),

stagenschaar,

looplamp (220V),

stopzak voor jachten,

4 jerrycans,

2 drenkelingentrappen en

een zespersoons reddingvlot (Plastimo, type Coastline). 

2 zaklantaarns,

werpring,

zeekaarten,

2 verrekijkers,

nachtkijker,

dompelpomp (24V),

4 stankmaskers,

SOS-gereedschap,

2 stopzakken,

pikhaak,

pistool met schietlijnen,

EHBO-kist,

zuurstofset,

2 klimnetten,

2 duikmessen ,

bijl,

Gereddencapaciteit

De Jeanine Parqui heeft een gereddencapaciteit van 120 personen. Daarbij is uitgegaan van de totale opnamemogelijkheid, dus ook rondom aan dek. In het stuurhuis is ruimte voor een aantal gewonden en enkele tientallen evacuées.
Schipbreukelingen worden overgenomen door langszij te gaan en de mensen te laten overstappen of -springen, of door ze in een brancard aan boord te nemen. Drenkelingen worden opgepikt door middel van het drenkelingenplatform in het achterdek, klimnetten aan stuurboord en bakboord, drenkelingentrappen, de rescueramp, en de ouderwetse middelen als pikhaak en werpring. Voor onderkoelde geredden heeft de Jeanine Parqui twee speciale onderkoelingsbrancards en -dekens. Bij slecht weer kunnen (sommige van) de geredden de beschikking krijgen over een reddingvest, of zelfs over een overlevingspak. Voor het verlenen van eerste hulp beschikt de Jeanine Parqui over een uitgebreide EHBO-kist en een zuurstofset. De bemanning is onderlegd in EHBO en reanimatie.

Bemanning

De bemanning van de Jeanine Parqui bestaat uit ongeveer vijftien man, van wie alleen de schipper beroepsmatig aan de KNRM is verbonden. Bij een alarm varen zes man mee uit. Opleidingen behoren tot de belangrijkste veiligheidsvoorzieningen die de KNRM haar bemanningen kan bieden. De praktische instructie aan boord van de reddingboten wordt door de eigen instructeurs gegeven. Theoretische opleidingen worden extern verzorgd, waarbij de KNRM de kosten voor haar rekening neemt. Tot het scala aan opleidingen behoren: Vaarbewijs 1 en 2, Marcom A en B, Radarwaarnemingcertificaat, EHBO, Reanimatie, Groot vaarbewijs, Kustnavigatie, Motorenonderhoud en Traumaverwerking. De praktische opleiding voor de bemanningen van de snelle boten wordt afgesloten met een cursus in het Schotse Stonehaven, bij het “Maritime Rescue International” opleidingsinstituut.

 

                   

 

   
 

SAILOR HC4500       MF/HF CONTROL UNIT